Home Motief Geneagram Overzicht Links contact
Donia, Haringh
* 00 - 00 - 1323
† 1398
Haringh Donia, ook aangeduid met de naam Harinxma/Haringhsma, was 'Heerschap te Heeg en Potestaat van Westergo' (1381/1404). (Potestaat: een door de keizer aangesteld bestuurder, maar niet een landsheer (it.: podesta).) De Friezen erkenden geen andere heer dan de keizer.
Onder Sjoerd Wiarda van Goutum en Haringh Harinxma van Heeg (1404), de eerste voor Oostergoo en de laatste voor Westergoo benoemd, gelukte het den Friezen, zich van het Hollandsche gezag te ontslaan en de Friesche vrijheid te herstellen. Doch nu ook begonnen de partijschappen tusschen de Schieringers en Vetkoopers opnieuw te blaken. Tot het benoemen van een nieuwen Potestaat was men niet te bewegen. Op raad van den gezant des Keizers, Otto van Langen, werd eindelijk Juw Dekama van Baard in 1494 verkozen. Deze werd echter alleen door de Schieringers erkend. De Vetkoopers werden in hun verzet gesteund door de stad Groningen.
(uit: "Geschiedenis van Friesland", W. Eekhoff - 1851; "Dispereert niet", deel II)
Harinxma, Aggo
* > 00 - 00 - 1360
† 1422
Fragment (gevolgd door vertaling) uit :
Wörterbuch der Älteren Deutschen (Westgermanischen) Rechtssprache; Forschungsstelle der Heidelberger Akademie der Wissenschaften

Mcccclviii doe worder open strijd als twiscken Epa Kee ende Haring Doynga, twiscka Waltija Harincxma toe Sloet ende Aggo Doijnga, ende twiscka Renick Doytia zoenen ende Focka Eesches toe Ackerum.
Mcccclviii doe worder open strijd als twiscken Epa Kee ende Haring Doynga, twiscka Waltija Harincxma toe Sloet ende Aggo Doijnga, ende twiscka Renick Doytia zoenen ende Focka Eesches toe Ackerum.
Mcccclviii doe wordt Silka Mynnama slaghen ende des anderen daghes daernae doe wordt Sloten barnd ende Ayza Tibbama ward slayn ende vief vi mannen mit hem, ende die Woudtmannen worden veriaecht, ende Agga Doynga ruymde zijn slot bij nacht mit Jancka Douwama, ende Waltija Harincxma bleef jnt besith van tslot ende die buren mit Waltijen voerscreuen.
Mcccclviii doe wordt Haring Doynga op Nijlandt zijn stijns wonnen ende omworpen van Douwa Sijarda ende Boelswerdera ende Haringh Woudens stijns wordt omworpen.
Mcccclix doe creegh Aggo Doynga Jouka Ghelama stijns mit Janka help.
Mcccclix Doe creegh Haring Doynga Hipka huus toe Smalebreg.
Mcccclix des daghes nae Johannis Decollatio wordt Hessel Eda zoen slaghen tho Yrensem, ende des seluis auent wordt Doynga huus barnd ende Benedictus stijns wordt vastiert.
Mcccclxi Doe bisette Butta dat stijns toe Yrensem ende maecte die graft omt stijns.
Mcccclxi Doe toech dat mene land toe Acomerijp voer Jouka Ghelama stijns ende en bedreuen nyet ende Renick Kampstra vvordt schoten voert stijns, daer hij an starff, ende ij houelingen, die eene van Herlingen, die ander van Arem, die daer doot bleuen ende xiii ofte xiiii huusluden mit hemmen, als men seyden, of meer.
Mcccclxii voer palm wordt slagen Tzalingh Tzijtijama, ende luttick bet voert doe sterff Schelta Yaiema van dat selue fechtelick, daer Tzalingh hem dede met zijn helperen.
Mcccclxii nae Egidy doe creegh Haringh Doynga Hiddama stijns ende daer wert freed.


In het jaar 1458 brak een openlijke strijd uit, namelijk tussen Epe Kee(Hottinga) en Haring Donia, tussen Waltija Harinxma en thoe Sloene en Agge Donia en tussen de zonen van Rienk Doitia (Albada) en Fokke Eeskes in Akkrum.
In 1458 werd Silke Minnema verslagen, en de volgende dag werd Sloten platgebrand, en Ayza Tibbama en vijf of zes mannen met hem werden verslagen, en de woudmensen werden verjaagd, en Agge Donia verliet in de nacht zijn slot met Jancke Douwama en Waltija Harinxma en de gemeenschap van Sloten bleven in het bezit van het slot.
In 1458 werd de stins van Haringh Donia te Nijland op Douwe Sjaarda en de Bolswarders heroverd en geslecht, en de stins van Haringh te Wons werd ook neergehaald.
In 1459 veroverde Agge Donia met hulp van Jancke Douwama de stins van Jouke Galama.
In 1459 veroverde Haring Donia de stins van Hepke te Smallebrugge.
In 1459 werd Hessel Edes na het feest ter gedachtenis van de onthoofding van Johannes de Doper te Irnsum verslagen en op dezelfde avond werd Dioniahuis (te Oosterend) afgebrand en de stins van Benedictus Donia (te Heeg) werd verwoest.
In 1461 bezette Boiote Eeskes de stins van Watse Minnema te Irnsum en legde een ringgracht om de stins aan.
In 1461 trok de gehele bevolking van Oostergo en Westergo naar de stins van Jouke Galama en richtte niets uit, en Rienk Kamstra werd door een schot verwond, en hij stierf, en twee hoofdlieden, een van Harlingen en de ander van Arum, vonden daar de dood, en naar men zegt, ook twaalf of dertien huislieden met hen.
In 1462 werd Tzalingh Tzijtijama voor palmzondag te Marum verslagen, en korte tijd daarna stierf Schelte Jayema aan de gevolgen van voornoemd gevecht, dat Tzalingh en zijn helpers met hem begonnen waren.
In 1462 veroverde Haringh Donia na Egidiusdag de stins van Haring Hiddema (te Nijland) en er kwam vrede.
Galama, Gale Iges van
* 00 - 00 - 1410 te Koudum
† 1470
In 1443 sloeg Gale (of: Gaele) met andere Vetkopers beleg voor het bolwerk de "Spyker" te Hemelum, gebouwd door de monniken aldaar, behorend tot de Schieringers. Het gehele dorp werd verwoest. De Schieringers verwoestten daarna het Galama Huis en zijn hele omgeving (aldus Worp van Thabor).
Het huwelijk van Gale en Trijn was voor de voorlopige vrede een goed huwelijk. Gale kwam uit een Vetkopersgeslacht en Trijn uit een geslacht van Schieringers.
Vlak voor zijn dood in 1470 is Gale nog mede afgevaardigde geweest naar de hertog van Bourgondi? (Karel de Stoute 1467-1477) om een nieuwe oorlog te voorkomen.
Gaeles, Ygo
* ± 00 - 00 - 1450
† 1492 te Workum
Ygo, bijgenaamd "het woudzwijn", is één der beruchtste vechtersbazen uit de familie. De muren van zijn slot te Oudega, iets ten noorden van de kerk, waren naar men zegt, 15 voet dik, ruim 4 meter! Andere bronnen hebben het over 14 steen, ruim 2 meter; ook nog behoorlijk.
Hij was een rijk, machtig en oorlogskundig Vetkoper (dit is een aanduiding van de politieke gezindheid van Ygo Gaeles. In de tijd van de twisten tussen Schieringers en Vetkopers in Friesland, was het Westergo, waar Koudum toe behoorde Schierings gezind).
Meest bekend is zijn voortdurende strijd met abt Agge van het St. Odulfklooster te Hemelum. De strijd was begonnen met een twist over de huuropbrengst van diverse landerijen. Jaren strijd waren het gevolg en Ygo werd op een gegeven moment zelfs in de (kerkelijke) ban gedaan! Ygo vond echter dat hij het recht aan zijn kant had, immers al meer dan twintig jaar ontving hij de huur. Uiteindelijk sneuvelde hij op 25 januari 1492 te Workum, na een gevecht met de Schieringers, waarin hij zwaargewond was geraakt. Door zijn knecht Seerp Beijma werd hij daarop wreedaardig vermoord - hij had eerst nog wel even mogen biechten...!
Overigens: abt Agge is op 16 september 1494 aan de pest overleden.
In 1498 komt Friesland onder het bewind van de Habsburgers (Maximiliaan van Oostenrijk) en wordt Albrecht van Saksen Gouverneur en Potestaat van Friesland. Hiermee komt er een einde aan de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers.
Galama, Douwe Gaeles
* < 00 - 00 - 1500
† 1501 te Franeker
Douwe Gales en Jouck Sikkes woonden op Blinkstra-State te Akkrum, hetgeen later vermoedelijk het "Huigishuis" werd genoemd, gelegen ten zuiden van de Boorne en ten oosten van de Kerkbuurt. Later woonden ze te Warns.
Douwe werd ook wel Doede genoemd en samen met zijn broer Ygo Gales was hij bij menig vechtpartij betrokken. Douwe werd op 8 oktober 1501 door verraad onthoofd op het Sjaerdemaslot te Franeker.
Galama, Hartman Gales
* < 00 - 00 - 1500
† > 1512
Hartman Gales was Grietman van Hemelumer Oldeferd. Hij vocht mee in de strijd tegen de Schieringers, maar niet zo nadrukkelijk aanwezig als zijn broers.
Hartman leefde nog in 1512.
Harinxma, Decken Titus
* 00 - 00 - 1470 te IJlst
† 1537 te Kimswerd
Decken was Vetkoper en woonde in 1511 in Kimswerd. In 1517 werd zijn bezit geconfisqueerd door Karel V.
Gerlofsz, Pier
* 00 - 00 - 1480
† 1520 te Sneek
Greate Pier. Zie ook Johan van Selbach.
Grote Pier (1480? - 28 oktober 1520) is de naam waaronder Pier Gerlofs Donia als Fries vrijheidsstrijder (Schieringer) bekendheid heeft gekregen. Rond zijn figuur heeft zich een uitgebreide legendevorming voorgedaan en het is moeilijk te zeggen wat er van de verhalen over Grote Pier op waarheid berust en wat niet.
Donia werd in de tweede helft van de 15e eeuw geboren. In 1498 kwam Friesland in handen van Albrecht van Saksen en een paar jaar later probeerden de graven van Holland rechten op Friesland te laten gelden en ze vielen Friesland diverse malen aan, wat onder andere in de bezetting van Stavoren resulteerde.
Donia was aanvankelijk boer te Kimswerd. Toen zijn boerderij (de Donia-state te Kimswerd) in 1515 door Saksische troepen (de Zwarte Hoop) werd platgebrand, ontwikkelde hij zich tot een fel bestrijder van de Saksische en Hollandse bezetters. Onder zijn leiding opereerde een kapervloot op de Zuiderzee die Hollandse schepen en steden plunderde. Aan Donia worden een reusachtige gestalte en een bovenmenselijke kracht toegeschreven (zie de anekdote aan het einde van dit artikel). Donia wordt ook als bedenker van het schibbolet "Bûter, brea en griene stiis, hwa dat net sizze kin is gjin oprjuchte Fries." gezien. Hij zou dat hebben gebruikt om na te gaan of de opvarenden van schepen op de Zuiderzee wel Fries waren. Was dat niet het geval, dan zouden ze onverbiddelijk gekielhaald zijn, en werd hun schip geplunderd.
Volgens de legende droegen Donia en zijn mannen de buit van de geplunderde schepen af aan hertog Karel van Gelre, die steun in de strijd tegen de Hollanders had toegezegd. Een belofte van Karel was "Vrij en Fries zonder schatting en accijns". Toen bleek dat Karel in 1517 zelf een machtspositie in Friesland probeerde te verwerven, was Donia zo teleurgesteld, dat hij zich uit de strijd terugtrok. Zijn laatste jaren bracht hij door in Sneek, waar hij in 1520 in zijn bed overleed.

Overlevering
Eens kwamen vijf sterke mannen hem opzoeken om met hem te vechten, omdat ze van hem hadden gehoord en wilden weten of hij echt zo sterk was. Dus vroegen ze aan een boer die aan het ploegen was, of hij wist waar Grote Pier woonde. De boer pakte de ploeg bij het handvat, tilde hem op en wees naar een boerderij. "Daar woont hij, en hier staat hij", want het was Grote Pier zelf die daar ploegde. De vijf sterke mannen waren zo verbaasd, dat Pier de ploegstok pakte en ze tegen de grond sloeg. Tegen iedere man zei hij: "Val" en daarom heet deze plek nog steeds: Fivefal (vijfval).
Een vergelijkbaar verhaal wordt in Groningen verteld van Dubbele Arend van Meden. Ook zou Greate Pier veldslagen domineren met zijn reusachtige zwaard. Dit stalen slagzwaard, waar recentelijk een exacte replica van is gemaakt, was 2,15 meter lang en woog ruim 6 kilo. Volgens de overlevering kon hij met dit zwaard de hoofden van meerdere vijanden tegelijkertijd afhakken. De meeste andere strijders waren in theorie "slechts" in staat per slag één hoofd te scheiden van de romp. In de praktijk lag deze score waarschijnlijk nog lager en moesten minder getalenteerde strijders meerdere hakbeweginen maken alvorens het gewenste resultaat was bereikt. De hoge mate van efficiëntie die Grutte Pier tijdens veldslagen kon tentoonspreiden, verschafte hem een tactisch voordeel ten opzichte van zijn tegenstanders.

Achtergrond van de strijd van Greate Pier is de machtstrijd om Friesland. George van Saksen oefende de macht uit over Friesland. Zijn 'Zwarte Hoop' trok plunderend door Friesland en verwoestte de boerderij van Pier (Donia-state, Kimswerd, dus niet te verwarren met de Doniastate bij St. Nicolaasga). Pier zwoer wraak op de Saksers en de Bourgondiërs (aan wie George van Saksen later Friesland had verkocht - Karel V). Hij vertrouwde op uitspraken van Karel van Gelre (Vrij en Fries zonder schatting en accijns). Toen bleek, dat Karel slechts uit eigenbelang handelde, trok hij zich terug in Sneek, waar hij kort daarna overleed.
Tjepckes, Aesghe
* ± 00 - 00 - 1500 te Mantgum
† ?
In 1538 wordt Aesghe vermeld als erfgenaam van Tjepcke Aesghes en Feyck Hesselsdr. Ook koopt hij in dat jaar twee pondematen land (0,735 ha).
Aesghes, Aesghe
* ± 00 - 00 - 1530
† ?
Eigenerfde te Bozum. Op 03-08-1589 gevolmachtigde van Bozum.
Eigenerfde: eigenaar van eigen erf en grond, met een aandeel in gemeenschappelijke gronden. Eigenerfden beheerden gemeenschappelijke grond (almende: weiden, bossen, veen e.d.), en vormden het plaatselijke bestuur.
Selbach, Johan van
* 00 - 00 - ?
† ?
De Selbachs kwamen waarschijnlijk uit Duitsland. Daar leven andere Selbachs met hetzelfde wapen (Westfalen). In juni 1517 werd Johan van Selbach gehuurd door de hertog Karel van Gelre. Als legercommandant van 4000 soldaten moest hij de 'Greate Pier' bijstaan. Met 150 schepen werd de Zuiderzee overgestoken. Er werd strijd geleverd om Medemblik (het handelscentrum van de 'Zwarte Hoop') en Alkmaar. De plundertocht (in die dagen was een veldtocht praktisch altijd een plundertocht) werd voortgezet in de richting van Haarlem en Amsterdam (die steden zelf werden niet veroverd) en dwars door het Overstichtse werd het beleg geslagen voor Asperen. Dit beleg werd ternauwernood afgeslagen. De strijd was onderdeel van de strijd tussen Gelre en, in eerste instantie, George van Saksen. Deze heerste over de Friezen. Later verkocht George zijn rechten aan de Habsburgers. Zie verder Greate Pier.
In 1522 maakt Johan van Selbach zich meester van het kasteel van Coevorden. Hij wordt er namens de Hertog van Gelre drost en kastelein. Omdat Johan van Selbach geen Drent was, was dit strijdig met de oude privileges. Hertog Karel wilde echter zijn veroveringen op de bisschop van Utrecht in Drente (en de veroveringen in Stad en lande en in Friesland) bestendigen. De Drenten restte niet veel anders dan zich hierbij neer te leggen.
Het kasteel werd in 1536 veroverd door George Schenk van Toutenburg, in opdracht van Karel V. Er wordt vermeld, dat Johan van 1534 tot 1562 schulte was van Emmen. Ook wordt vermeld dat toen Johan van Selbach een slag verloor en hij overliep naar de vijand. In die dagen met huurlegers was dat niet ongebruikelijk. Het is denkbaar, dat hij al voor 1536 was overgelopen naar het kamp van de Habsburgers. In elk geval is bekend, dat Johan van Selbach is overgegaan naar het leger van Karel V en tegen de Turken heeft gestreden. Ook heeft hij onder Karel van Egmond tegen Maarten van Rossum gestreden.
Een dochter van Johan van Selbach is gehuwd met een 'de Mepsche' (zie Gerhard Froon). Zij bleef katholiek. Deze Mepsche of zijn zoon heeft Groningen voor de Spaanse koning behouden.
In Zuidlaren is nog steeds een familiebank van de Selbachs in de Hervormde kerk. Zie: Geschiedenis van Drente, J. Heringa e.a.. Meppel, Boom, 1985 Wapen:Zilver veld met drie ruitvormige zwarte figuren.
Verwante Selbachs in Duitsland: Selbach von Crottonf (Westfalen); Selbach von Quadfassel (Westfalen). "Om de vijandelijke invallen der keizerlijken en bisschoppelijken aan den zuidwestelijken hoek van Drenthe te bemoeijelijken, droeg Karel van Gelre de bewaring en verdediging van het kasteel te Coevorden op aan zijn maarschalk JOHAN VAN SELBACH, die drost van Coevorden werd.
In 1561 wordt hij als Schulte (burgemeester, politie, rechter en notaris in ??n ambt verenigd) van Emmen aangesteld. In Emmermeer is een straat naar hem vernoemd.
Hendricks, Aesge
* ± 00 - 00 - 1550 te IJlst
† < 1621
Eigenerfde te Terzool, sept. 2003 gemachtigde van Terzool in de staten van Friesland.
Aesge wordt voogd over de kinderen van zijn zus, als die weduwe is geworden, en weer gaat hertrouwen.
Selbach, Henricus van
* 00 - 00 - ?
† ?
Van 1596 tot 1618 was Henricus (Henrick) Schulte en Ette van Zuiderveld. Het dingspil Zuiderveld omvatte Sleen, Emmen, Odoorn, Roswinkel, Schoonebeek, Dalen, Oosterhesselen en Zweeloo. Van 1600 tot 1615 was hij gedeputeerde. In die funktie werd hij op 29 juli 1602 door Willem Lodewijk benoemd in een kerkvisitatiecommissie voor geheel Drente. Deze commissie (waarin ook Egbert de Mepsche zat, zie verder Gerhard Froon) speelde een rol in de reorganisatie van de kerk. Onderliggend conflict hierbij was in hoeverre de Drenten eigen bestuurders waren dan wel werden aangehangen aan de synode van Groningen.
De van Selbachs leven in 'Laarwoud' te Zuidlaren. Dit gebouw is nu gemeentehuis. Ze waren daar Schulte. Hun namen zijn op oude grafstenen in de Nederlands Hervormde kerk te vinden.
Het is niet geheel zeker of Henricus zoon of kleinzoon is van Johan van Selbach. Als we op de jaartallen letten moet er haast wel een of twee generaties meer verschil zitten tussen de beide namen.
Aesghes de Olde, Aesghe
* ± 00 - 00 - 1575
† > 1656
Eigenerfde te Terzool. Hij koopt diverse stukken land, o.a. uit de landerijen van de Jellema State te Poppingawier.
Ook blijkt uit hypotheekboeken dat hij vaak als geldschieter optreedt.
Selbach, Johan van
* 00 - 00 - ? te Zuidlaren
† ?
De 24 Etten of gezworenen vormden tezamen de etstoel, het hoogste rechtscollege. Dit college sprak niet alleen recht, het maakte ook regels. De etten werden gekozen uit eigenerfde afgevaardigden. Men was twee jaar ette en trad dan af.
Schulte is afgeleid van scultetis en is in feite hetzelfde als schout.
In 1603 maakte de Drentse drost bezwaar tegen de aanwezigheid van Johan (of Jan) van Selbach op de Drentse landdag. Immers, zijn vader was gedeputeerde en een zoon behoort niet tegen zijn vader te stemmen. In Drente was in die dagen een zoon een 'litmaet syns vaders'. De eerste zes handen (vader, moeder, broer, zuster, zoon, dochter) waren ook juridisch voor elkaar aansprakelijk, als het gaat om boetes, schulden e.d.br> Van 1627 tot 1639 was Johan in dienst aan het hof van Oldenburg. Waarschijnlijk is Roeloff van Selbach zijn zoon en Caspar van Selbach zijn kleinzoon. Roeloff was ette van Oostermoer van 1649 - 1678, Caspar was ette van Zuiderveld van 1686 tot 1707.
De van Selbachs bezaten het huize Laarwoud te Zuidlaren. Nu is dat gebouw gemeentehuis.
Rodengate, Jan ten
* ± 00 - 00 - 1590
† ± 1665
Het grondschattingregister van 1630 vermeldt hem voor 9000 gld. In het impost op het gemaal van 1630 komt hij voor met een huishouden van tien mensen. In de grondschatting 1654 wordt genoemd Jan Roenges met 9018 gld.
Op 7-11-1658 worden te Groningen genoemd: "Willem Rosinck voor sich selven, Albert Helinge te Buinen ende Jantien Rosinge el., als mede Hendrick Schaanck ende oock Jantien Rosinge won. tot Bennevelde, waer voor Willem Rosinge cav., als mede Trijntien Helperichs Rosinge weduwe van Derck Jacobs voor haer selven ende Roeloff Helperichs Rosinge oock voor hem selven, overdragen aan Roeloff van Selbach ende Johanna ten Rodengate el. een behuisinge ende stall, haer vercoperen van Roeloff Beninck, neffens de coper voor sijn schoonvaeder en schoonmoeder is aengeerff". Gezien het feit dat de schoonvader en schoonmoeder van Johanna ten Rodengate samen met de Rosing's genoemd worden, was Jan ten Rodengate mogelijk gehuwd met een dochter van Willem Rosing te Valthe.
Jellema, Hendrik Aesges
* 00 - 00 - ?
† ± 1698
Eigenaar van 100 pondematen land (36,75 ha.) te Poppingawier, ten dele behorend bij de Jellema State. Van die State is hij eigenaar en bewoner.
Altenburg, Riurdt Douus
* 00 - 00 - ?
† < 1633
Zijn vrouw Wobbel Idse had o.a. 7 pm land in Beystastate te Kubaard in gebracht.
Aesghes, Dirk
* 00 - 00 - ?
† ?
Eigenerfde te Poppingawier. Op 22-04-1647 dorpsvolmacht van Poppingawier.
Böttichius, Arnoldus
* 00 - 00 - 1608 te Schüttorf
† 1649 te Zuidlaren
Arnoldus Böttichius (De naam Arnold loopt door tot in de Hoekstra's) is de stamvader van een bekend predikantengeslacht in Drente. De oorsprong van Böttichius ligt in Schuttorp, Bentheim (Duitsland).
In Drente was een geringe mobiliteit wat betreft predikanten. Er was sprake van een lange ambtsduur en van vader op zoon werd het ambt soms doorgegeven. Zo ging het ook met de nakomelingen van Arnoldus. In 1630 werd Arnoldus conrector in Meppel. In 1632 werd hij predikant te Zuidlaren. Zijn broer was predikant nabij Eelde. Van deze tak komt de naam Arnold in de latere Hoekstra-familie.
Böttichius is latijn voor 'laars' of 'schoenmaker'.
Rodengate, Roelof ten
* ± 00 - 00 - 1615
† ± 1681
Op 21 november 1676 (Etstoel dl 22 fol 489) eist Roelof van Jan Buiter tot Buinen als medeerfgenaam van zijn zalige oom Willem Hamming in de Veenhof terugbetaling van een vierde deel van 1100 gulden, die gedaagde wegens gepretendeerde zijtval van zijn zalige zuster Geessien ten Rodengate, en een kwart van de kleding en het zilverwerk, plus rente van het kapitaal over 17 jaar.
Altenburg, Douwe Riurdts
* 00 - 00 - ?
† < 1640 te Arum
Op 16 maart 1631(RA Hen k11) zullen Douwe Riurdtszn en Dieuwke Sickedr., echtelieden uit Arum, 1/5 van 37 pondemaat 3 einsen lands in Beysta state onder Kubaard kopen van Saecco Idtszn, burger te Bolsward voor 520 goudguldens. Saecco had dit bezit gererfd van zijn vader Idts Syrcks, in leven bijzitter van Wonseradeel. Regnerus Johannes, secretaris van Hennaarderadeel, tekent protest aan tegen deze verkoop vanwege zijn overleden vrouw Riems van Aminga, die bloedverwant was van ene Marij Homedochter, die in 1599 testeerde en bij wie dit bezit kennelijk oorspronkelijk vandaan kwam. Op 22 juli 1640 (RA Won S38 nr 15) wordt inventaris opgemaakt van het sterfhuis van Douwe Riurdtszn te Arum; dit ten verzoeke van diens weduwe Dieuwcke Sickes, inmiddels hertrouwd met Regnerus Hendricx.
Oom Idts Riurdts wordt aangesteld als voogd over het nog enige in leven zijnde weeskind van Douwe en Dieuwcke t.w.. Riurdt Douwes, oud in het 8e jaar. Twee andere kinderen, Sicke en Marij Douwes waren na hun vader overleden.
Onder andere wordt een respectabele lijst schuldvorderingen beschreven. Uit de akte blijkt dat Douwe Riurdts een broer Idts Riurdts had; Dieuwcke een broer Pytter Sickes en 2 zusters Trijntje en Jitscke Sickes. Onder de akte zet Dieuwcke een zeer karakteristiek handmerk.
De inbreng bij het huwelijk van Douwe bedroeg f.4.800, die van Dieuwcke f.3.200,plus 1/7 deel van de inboedel van haar overleden ouders. Geen geringe bedragen. Er wordt een scheiding van bezit gemaakt tussen Regnerus en Dieuwcke enerzijds, en weeszoon Riurdt Douwes anderzijds. Hierbij bedingt Dieuwcke niet alleen een kindsdeel voor haar zelf maar tevens een kindsdeel vanwege de 2 kinderen uit haar 1e huwelijk, die na hun vader overleden waren. De obligaties dateren alle van 1631 tot 1639. Dat zullen ook ongeveer de jaren geweest zijn van het huwelijk van Douwe en Dieuwcke.
Sickedr, Dieucke
* 00 - 00 - ?
† > 1640
Dieucke Sicke is later hertrouwd met Regenerus Hendricx; in 1668 leefden zij in Dronrijp.
In 1655 ( RA Hen m5 199) lenen Regnerus Hendrikcx, huisman te Welsrijp, en Dieuwcke Sickes, echtelieden, 200 goudgulden van oud burgemeester Frans Pytters te Franeker.
Jelles, Douwe
* 00 - 00 - ?
† 1642 te Oosterwierum
Hij is afkomstig van Rauwerd en was boer in 1640 op stem 1 aldaar, van welke boerderij hij dan tevens eigenaar is en boer te Oosterwierum.
Jellema, Aesge Hendricks
* 00 - 00 - 1658
† < 1728
Mederechter grietenij Westdongeradeel, boer op stemhebbende zathe te Ternaard
Janses, Keimpe
* 00 - 00 - ?
† ?
Schippers waren zeer mobiel. Het feit, dat hun huwelijk ergens staat ingeschreven zegt vaak meer over de woonplaats van het meisje. Men woonde aan boord.
Keimpe kwam hoogstwaarschijnlijk uit Friesland als schipper. Hij kwam voor de vervening en het vervoer. vermoedelijk komt hij uit Joure en omgeving. In Sappemeer is lang de Joureswijk bekend geweest, later verbasterd tot de Jagerswijk.
Froon, Hendrik Jans
* 00 - 00 - ?
† 1715
Dienaar weeskamer stad Groningen, raadsdienaar Ooster- en Westerkluft, uitmijnder der boedelgoederen.
Poulos, Rints
* ± 00 - 00 - 1685
† < 1778
During that dark period of history known as the Middle Ages, the name of Poulos was first used in France. While the patronymic and metronymic surnames, which are derived from the name of the father and mother respectively, are the most common form of a hereditary surname in France, occupational surnames also emerged during the late Middle Ages. Many people, such as the Poulos family, adopted the name of their occupation as their surname. However, an occupational name did not become a hereditary surname until the office or type of employment became hereditary. The surname Poulos was an occupational name for a poultry farmer. Originally the name Poulos was derived from the Old French word poulet, meaning chicken.
Spelling variations include: Poule, Poulle, Poul, Poulet, Poullet, Poulot, Poullot, Pouliot, Poulieau, Poulieaux, Pouliaut, Pouliaulx, Pouliault, Poulard, Poulat, Poulas, Poulastre, Poulastron, Pouleteau, Pouleteaux, Poulteau, Poulteaux, Pouli?, Pouliet, Pouletier, Poultier, Poulain and many more.
First found in Burgundy, where the family was established in the village of Beaujolais, in the diocese of Langres.


Met deze gegevens wordt het verhaal waarschijnlijker dat de bruine ogen en donkere huidstint die met enige regelmaat in de familie voorkomt te danken zou zijn aan hugenoten in het voorgeslacht van de van Popta's.
Altenburg, Ruurd Douwes
* 00 - 00 - 1634 te Arum
† 1674
Na het overlijden van zijn grootmoeder Wobbel Idsedr. is hij voor 1/3 haar erfgenaam en verkrijgt zodoende 1/3 deel aanspraak op een obligatie op Lolcke Saeckes te Arum van 1000 goudguldens en 1/3 van 7 pondemaat lands in Beyastate onder Kubaard.
Riurdt en Auckien gingen in hun leven een hoop schulden aan; het boeren ging hun niet voor de wind. In 1663 gaan Riurdt en Auckien, dan wonend onder Dronrijp, de huur aan van een state aldaar groot 66 1/2 pm, verhuurder is Idzardus Gerroitsma te Franeker. In 1669 lenen zij 1000 goudguldens van Gerroitsma.
Holst, Andreas
* 20 - 04 - 1685 te Beerta
† 1718 te Beerta
Anno 1718, den 10 december, is den eer en agtbaren A(n)dreas Holst, geweesen koopman en eigenerfde in de Beerta, in den heere ontslapen.
Hyr rust zyn ontsielde lyk
wiens geest verkoos een hooger wyk
nadat ruim twee en dertig jaren
hy met dit lighaam kwam te paren.
Ik, die om winst een koopman was
in 't leven, 't welk niet is als gras
heb aards gewin als drek geagt
en jesus winst voor al betragt
een salig eind volgt dit begin
want nu is sterven myn gewin.

Wapen: Tussen de letters A.H. een in een pot staand latijns kruis, waarom een naar boven kronkelende slang, de omgewende kop over het dwarshout afhangend. Helmteken: Het kruis met de slang.
Froon, Gerhard
* 11 - 01 - 1681 te Groningen
† 1756 te Groningen
Gerhard Froon was, net als zijn vrouw Alagonda Lentinck, doctor in de rechten Advocaat voor de Hoge Justitie Camer). Hij studeerde in Groningen af op 22-08-1698. Zijn moeder heette Degen, en zijn kleinkinderen kregen de naam Degina mee.
Gerhard Froon was adviseur van Rudolf de Mepsche. Rudolf de Mepsche leefde in een borg in Het Faan (Westerkwartier, Groningen). In 1709 ging hij naar de universiteit van Groningen. Zijn aspiraties waren echter meer politiek dan wetenschappelijk gericht. In 1713 vertegenwoordigde hij het Faan op de ommelander landdag, nadat hij in 1712 de borg Bijma erfde van de Aldinga's. In 1721 werd hij afgevaardigde namens de staten van Groningen in de Staten Generaal te Den Haag. Zijn politiek tegenstander was Maurits Clant, heer van Hanckema (later: Edsard Clant). De Clant-familie woonde te Zuidhorn.
Via manipulaties probeerden beide zoveel mogelijk eigenerfden (de stemhebbenden) aan zich te binden. De predikant van Niekerk in die dagen was Henricus Carolinus van Bijler. Hij bediende ook Het Faan en Oudekerk. Deze predikant fulmineerde in boeken en van de kansel tegen de 'Helsche Boosheyt of grouwelycke sonde van Sodomie'. Sodomieten moesten de vuurdood sterven.In 1731 werd Rudolf de Mepsche grietman (plaatselijke rechter) en zag zijn kans schoon. Bijgestaan door o.a. Gerhard Froon werden 35 mensen beschuldigd en, bij gebrek aan hard bewijs, gemarteld tot er een bekentenis kwam. Zo werden 22 mensen in het kerkje van de Faan veroordeeld en in Zuidhorn (Westergast) terecht gesteld. Gerhard Froon fungeerde als openbare aanklager. De veroordeelden kregen het vonnis "aan een paal te worden gezet, door de scherprechter doodgeworgd en voorts desselfs lichaam tot asse verbrand". De veroordeelden waren praktisch allen mensen, die hun stem aan het geslacht Clant gaven ....
Het proces maakte de Mepsche erg onpopulair. In 1732 werd zijn ambtstermijn niet verlengd.
Sijgers, Helmer
* 00 - 00 - ?
† ?
Op 6 maart 1670 Komt Helmer met zijn vrouw aan in Sappemeer. Vermedelijk wordt hij vergezeld door zijn zus (Talle Sijgers en haar man Tjipke Eelkes) en zijn broer (Derek Sijgers en zijn vrouw Geeske beerens), De familierelatie is waarschijnlijk maar niet 100% vaststaand.
Wondaal, Baarend
* 03 - 04 - 1695 te Ibbenbüren
† ?
Barend Wondaal kwam uit Ibbenbüren, uit de streek Luiger (Duitsland). Waarschijnlijk was hij een van de talrijke Duitse arbeiders, die in die dagen naar Holland trokken om werk te vinden in de lente en zomer.
Holst, Otto Andries
* 29 - 11 - 1716 te Beerta
† 1783 te Niekerk
Ds. Holst werd genoemd "een waardige en wegens zijne geleerdheid uitmuntende leeraar".
Popta, Eibert Wypkes van
* 00 - 00 - 1734 te Pingjum
† 1818 te Kimswerd
Eibert Wypkes naam in 1811 de achternaam van Popta aan. Hij was boer bij Kimswerd, volgens het stemregister. Volgens het Floreen register van 1768 was hij pachter van een sate en land, dat het eigendom was van Wilco baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (Friese adel, heer van Wonseradeel). Bovendien had hij rechten op stukken niet-bewerkt land bij Pingjum. In het register van 1778 wordt hij genoemd als pachter van een grotere sate (meer dan 130 pondemaat) waarvan Jacob Tjebbes Popta eigenaar was. N.B.: geen 'van', dit is de adelijke familie, waar ook Henricus Popta lid van was.
Volgens het register van 1788 was hij daar nog steeds pachter, en halve eigenaar van een stuk land van 8 pondemaat bij Kimswerd. In 1798 is hij nog steeds de pachter, en bezit samen met zijn zwagers Jacob Gerlofs en Pytter Saekeles) een kwart van een 65,5 pondemaat groot stuk land bij Kimswerd.
Later wordt Geertje Lieuwes als weduwe genoemd in het Floreen register als eigenaresse van dat land. Al zijn kinderen stammen uit zijn tweede huwelijk.
Altenburg, Douwe Jans
* 05 - 06 - 1712 te Jorwerd
† 1749 te Jorwerd
Ten tijde van de doop van zijn eerste zoon Jan Douwes was hij diaken. Hij is overleden aan een "sukkelende siekte".
Hij deed samen met zijn vrouw belijdenis in de herv. kerk te Jorwerd op 26 maart 1743.
Bij de Quotisatie van 1749 staat Douwe Jans te boek als "burger, redelijk in staat", aanslag: 11 carl.gl.en 13 stuivers.
Jans, Grietje
* 00 - 00 - 1718
† > 1799
Zij is later getrouwd in het jaar 1752, op 34-jarige leeftijd met Jelle Cornelis Stienstra, overleden te Drachten in april 1756, zoon van Cornelis Stienstra en Ytje Eelkes Banga. (Hij is eerder getrouwd te Jorwerd op 14 maart 1724 voor de kerk met Pytie Piers (21 jaar oud), geboren in het jaar 1703, overleden te Jorwerd op 5 januari 1748.)
Deze weduwnaar had al enkele grote maar ook nog jonge kinderen (Cornelis, Pier, Popke, Jan en Rinske). Hoewel hij bij de Quotisatie in 1749 nog 'coopman' en ' wel begoedt' werd genoemd en ook nog een boerenplaats te Jorwerd bezat, samen goed voor een aanslag van 80cgl , ging het al bergafwaarts met hem. Misschien was hij ziek of waren er andere problemen. Hij vertrok in 1754 naar Oosterlittens nr 29 en het jaar daaop naar Suyder Drachten nr 68 waar hij introk bij Cornelis Jelles. In 1756 overleed hij daar. Vreemd genoeg bleef Grietje Jans te Jorwerd wonen, maar vanaf 1754 wel op een ander adres, nr 53. Was ze gescheiden van Jelle Cornelis, of was die als schipper, want dat was hij ook, gewoon weer aan het werk gegaan en bijvoorbeeld voor een vracht turf naar Drachten? Maar dan wijzigt het domicilie toch niet?
Hoewel Grietje Jans nog niet aan de bodem zat (ze betaalde in 1754 nog 4gld en 10 stuivers specie voor een schoorsteen en een half hoofd), was ze in de 90er jaren gealimenteerd. Ze vertrok in 1799 naar IJlst.
Wat er van Grietje Jans is geworden na 1799 is onbekend.
Hoekstra, Pyter Hendriks
* 00 - 10 - 1757 te Engwierum
† 1845 te Buitenpost
De naam Hoekstra werd in 1811 aangenomen. Hij stamt uit de streek Veenwouden/Buitenpost. Er zijn andere Hoekstra's uit deze streek, die duidelijk niet gerelateerd zijn. De betekenis van de naam is 'van der Hoek'. De Hoekstra's vinden hun wortels waarschijnlijk in de buurt van Westergeest en Engwierum
Boschma, Jan Douwes
* 12 - 08 - 1741 te Jorwerd
† 1817 te Hennaard
Uit registers van de kerk blijkt, dat Jan en Ytje op 03-11-1781 van Ysbrechtum naar Gauw trokken, en in 1799 van Gauw naar Oosterend. In 1791 blijken ze in Goënga te wonen.
Jan Douwes was van 1798 tot 1816 boer te Hennaard op de Boschplaats (Sassinga State). Voor 1798 was Hilbrand Rintjes (broer van Yttje Rintjes) boer op Sassinga State. De naam Sassinga State bestond al in 1529. Sassinga State behoorde in begin 1800 toe aan Jhr. Frans Julius Johan van Eijsinga. Het oude slot was toen al veranderd in een boerderij en verhuurd. Bij de sluis was een bos dat echter in het laatst van de 18e eeuw is verdwenen. Hilbrand Rintjes woonde er toen. Zijn opvolger als huurder was Jan Douwes Boschma . Als bijzonderheid kan nu worden vermeld dat van 1798-1958, dus 160 jaar lang het geslacht Boschma op Sassinga heeft gewoond, nl. Jan Douwes Boschma (1798-1816), Anne Boschma tot 1866, Ruurd Boschma tot 1907 en Jetze Boschma tot 1958. In 1793 werden nog 100 zware iepen en abelen verkocht.
In 1914 is de boerderij afgebrand en het poortje afgebroken, de boerderij is toen oostelijker herbouwd maar op de homeye- palen staat nog steeds "sassinga-state".
Piers, Bauke
* 22 - 03 - 1744 te Doezum
† ?
Het huwelijk van Bauke en Degina werd niet ingezegend door Degina's vader, maar door haar zwager, die predikant was te Doezum.. Hun eerste baby werd twee maanden na de huwelijksvoltrekking geboren.
Bauke was boer en kerkvoogd.
Bauke Piers en zijn zoon Dootje collaboreerden met de bezettende Fransen. Hij was voorman van de patriotten. Op 25-06-1795 diende hij een offici?le klacht in bij de oranjeklanten. De vrijheidsboom, die aan de hoflaan was opgericht, was door vandalen bewerkt. De top was er al afgehaald in de nacht van 26 op 27 maart, maar op de 18e juni tussen 23.00 en 24.00 uur hadden een paar jonge mannen de boom volledig vernield.
Popta, Wypke Eibert van
* 00 - 00 - 1765 te Kimswerd
† 1834 te Arum
Wypke was volgens het stemregister van 1788 en het Floreen register van 1788 en 1789 pachter van een state met land (102 pondemaat) bij Pingjum. Waarschijnlijk verhuisde hij tussen 1803 en 1806 naar Anum. In een document van 1814 wordt hij genoemd als boer bij Anum; in het Floreen register van 1818 wordt hij wederom genoemd als pachter van een state met land (107 pondemaat) bij Anum.
In latere documenten, in zijn 'in memoriam' wordt hij genoemd als een belastinggaarder in Anum. Hij was raadslid van de raad van Wonseradeel (in 1798 en in 1813 wordt hij als zodanig genoemd). Sommige kinderen trouwden met mensen van hoge sociale klasse (regentenfamilies, geen adel).
Jellema, Rigtje
* 12 - 08 - 1785 te Rauwerd
† 1841 te Leeuwarden
Rigtje Jellema kreeg een stiefmoeder toen ze ongeveer 11 jaar was. Dat beviel haar zo slecht, dat ze op haar zestiende van huis wegliep. In Leeuwarden komt ze in het criminele circuit. Ze dringt huizen binnen met de smoes dat er een bekende van hen is overleden, en dat er een erfenis wacht. Ondertussen steelt ze allerhande goed. Ze wordt te Leeuwarden enkele malen veroordeeld wegens diefstal (25-11-1801, 13-03-1802, 04-08-1827) en gaat naar Veenhuizen, naar het strafgesticht. In 1806 trouwt ze, in zwangere staat, met Jan Abes Cooistra, die op dat moment in het tuchthuis zit. Van een aantal kinderen is onduidelijk wie de vader is. Jan Abes kon dat niet zijn, vanwege zijn gevangenschap. Van Rense wordt een Franse soldaat genoemd. Voor een meer gedetailleerd verhaal zie Groen-Breukelman
Cooistra, Jan Abes
* 08 - 05 - 1781 te Nes
† 1828
Op 22 (of 28?) februari 1801 kreeg hij zijn eerste veroordeling wegens diefstal; hij werd gegeseld en voor 5 jaar verbannen uit Friesland. Hij hield zich daar echter niet aan, en was begin april van datzelfde jaar in noord-Friesland al weer op het dievenpad, en vervolgens ook in Groningerland. Daar wordt hij eind augustus gearresteerd. Op 20 november 1801 wordt Jan Abes veroordeeld tot 10 jaar tuchthuis. Heeft hij toen in die tijd Rigtje leren kennen? Die zat van 1802-1804 ook gevangen.
Wondaal, Harmannus
* 00 - 00 - 1775 te Amstelveen
† 1840 te Buitenpost
Harmannus was onderwijzer en koster (een veel voorkomende combinatie in die tijd). Onder Napoleon moesten alle onderwijzers gediplomeerd worden. Alle onderwijzers in het district behaalden het diploma behalve Harmannus.
Piers, Dootje
* 02 - 02 - 1777 te Doezum
† 1813 te Grootegast
Dootje werd burgemeester te Grootegast onder de Franse bezetting. Hij was, net als zijn vader patriot. Hij stierf op 36-jarige leeftijd. Op 08-02-1813 tekende hij het laatste bestuursbesluit. Hij werd opgevolgd door mr. R.S. Heemstra. In november 1813 trokken de kozakken Grootegast binnen.
Hier volgt de lijst met namen, die bij de eerste oprichtingsvergadering van de gemeente Grootegast aanwezig waren. Be?digd en ge?nstalleerd door de Vrederechter(Haro Caspar von Inn- und Kniphausen, Heer van Nienoord en Vredewold) van het vijfde Kanton Leek, Departement Westereems, bevattende de Communes of Mairies Leek,Marum,Grootegast,Oldekerk* "Geinstalleerd den 31ste july 1811 en allen present geweest: Maire: Ipo Frederik Hommes,woonplaats Stroobos Adjunct-Maire: Dooitje Baukes Piers,geboren 8 januari 1777 te Doezum ..."
Popta, Eibert Wypkes van
* 23 - 06 - 1792 te Pingjum
† 1857
In het Florijn register word hij genoemd als eigenaar en gebruiker van de Haniastate. De Haniastate (Pingjum) behoorde in de 18e eeuw aan de familie van zijn eerste vrouw (Jetske Postma). In 1850 worden in hetzelfde register Broer en Joukjen (twee van de kinderen uit het eerste huwelijk) als gezamenlijke eigenaars van de Haniastate vermeld, elk voor 50%. Broer was de gebruiker. De van Popta's zijn sindsdien de bewoners van deze state.
Eibert was raadslid van de raad van Wimbritseradeel.
Lycklama, Pierius Augustinus
* 00 - 00 - ?
† ?
Lycklama à  Nijeholt is een Friese regentenfamilie. In 1749 waren er 3 Lycklama's grietman. In dezelfde tijd studeerden 8 Lycklama's aan de universiteit van Franeker. In de quotisatiekohieren 1749 wordt grietman Lycklama uit Beetsterzwaag aangeslagen voor 90.000 ? 100.000 cgl. In 1795 is T.M. Lycklama a Nijeholt grietman in Utingeradeel (Beetsterzwaag). Is dit de vader van Pierius?
Potjer, Jan Helmers
* 31 - 05 - 1744 te Sappemeer
† 1807 te Sappemeer
De naam 'Potjer' is afgeleid van een potschip Dit is een klein open vaartuig, dat veel gebruikt werd voor vervoer van gebakken aardewerk. De schipper was een potter of potjerder, in de volksmond een potjer. Exacter: Potjer is verwant aan Pötgger, Pöttker: een Nederduits synoniem voor de Duitse beroepsnaam Töpfer (= pottenbakker) en derhalve synoniem van de naam Potter(s). Jan Helmers nam bij zijn tweede huwelijk de geslachtsnaam aan van zijn tweede vrouw. Ook de kinderen uit het eerste huwelijk kregen de naam Potjer. Wij stammen niet af van Annigien Potjer, maar van Elisabeth Zacharias.

Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Jan wordt genoemd als kapitein van het onder Pruisische vlag varende schip Vrouw Anna.
Het schip ligt in 1806 als prijsschip in Londen.
Potjer, Annegien Geerts
* 28 - 06 - 1750 te Sappemeer
† 1834 te Sappemeer
De naam Potjer is verwant aan Pötgger, Pöttker: een Nederduits synoniem voor de Duitse beroepsnaam Töpfer (= pottenbakker) en derhalve synoniem van de naam Potter(s).
Boschma, Rintje Jans
* 17 - 06 - 1782 te Goënga
† 1864 te Kubaard
Woonde rond 1818 in Ysbrechtum en was eigenaar van 6 pm van de state "Bons" bij Sneek. Later was hij boer te Kubaard.
Huges, Jan
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
In 1828 is Jan kapitien op de Douro.
Van 1842 - 1859 vinden we zijn naam als gezagvoerder van de Johan Gerard.
Popta, Taeke Eiberts van
* 09 - 03 - 1826 te Pingjum
† 1891 te IJlst
Taeke van Popta was van huis uit boer. Op 15-04-1859 werd hij raadslid van de gemeente IJlst. (Zie de hoeksteen van het gemeentehuis in IJlst.) Het jaar daarop werd hij wethouder tot 1867. Bij koninklijk besluit (Willen III, nr. 64) werd hij tot burgemeester van IJlst benoemd op 04-04-1867. Op 21-12-1874 werd hij van die functie ontheven, wederom bij koninklijk besluit. Hij verhuisde naar Utrecht en woonde in de Biltstraat 179a tot 06-06-1876. Op 28 mei 1876 werd hij namelijk weer bij koninklijk besluit benoemd tot burgemeester van IJlst.
Taeke was niet altijd geliefd bij de bevolking omdat hij te liberaal zou zijn. Hij stond bijvoorbeeld zigeuners toe bij IJlst te kamperen en door de stad te trekken. Zijn vervanger in 1874 (Huisman) was een strenge conservatief, die met een ijzeren vuist bestuurde. Zo kwam het, dat een plakkaat op de deur van het gemeentehuis werd bevestigd met de volgende tekst: "Verlos ons van deez' Huisman, Heer En geef ons een van Popta weer."
Tot zijn dood bleef hij burgemeester.
Boschma, Baukjen Douwes
* 23 - 05 - 1829 te Ysbrechtum
† 1872 te IJlst
Van Baukje is bekend dat ze zowel poëzie als proza schreef. Ze stierf op 43-jarige leeftijd, onbegrepen en niet gewaardeerd door de familie. Ze schijnt opmerkelijk bruine ogen gehad te hebben.
Popta, Klaas van
* 26 - 08 - 1834 te Pingjum
† 1889
Klaas wordt twee maal vermeld in het strafregister wegens wanbedrijf: het beledigen.
Op 17 maart wordt hij op de rol van het gerecht gezet wegens belediging (nr. 2588).
Tien jaar later (20-08-1869) is het weer raak: rolnummer 4679.
Potjer, Zacharias Jans
* 05 - 02 - 1775 te Sappemeer
† 1844 te Rotterdam
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Zacharias was in 1805 schipper op "De juffers Anna en Clara", ± 50 ton.
Van 1817 tot 1827 is hij kapitein/eigenaar van de smak "Vrouw Jantina".
Van1827 tot 1835 was hij schipper/eigenaar op het smakschip "Herstelling" .
Daarna bleef hij eigenaar, en voeren andere schippers op de "Herstelling", waaronder zijn zoon Jan.
Bakker, Jantje Alberts
* ± 00 - 03 - 1787 te Sappemeer
† 1854 te Sappemeer
Na de dood van haar man in 1844 is Jantje nog 10 jaar lang eigenaar van het smakschip Herstelling.
Potjer, Harm Jans
* 00 - 00 - 1776
† < 1868
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL"
Van 1805 -1819 kapitein op de kof "Goede Hoop". Dit schip wordt In 1806 in Londen als buitgemaakt Pruisisch schip verkocht.
Kapitein van 1820 tot 1832 op het kofschip "Vrouw Annechiena".
Jans, Helmer
* 00 - 00 - 1770
† 1850 te Lemsterland
Helmer Jans was kapitein op de kof Vriendschp (1803-1806 onder Pruisische vlag, vanwege de Engelse blokkade); en kapitein-eigenaar van De Goede Harmonie (1814-1840)
Klein, Mennes Roelfs
* ± 00 - 00 - 1793 te Wildervank
† 1877 te Sappemeer
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL"
In 1826 - 1828 wordt Mennes Roelfs genoemd als kapitein van de smak Wubbina, (1826 vertrekkend van Harllingen naar Noorwegen).
Van 1828 - 1842 is hij kapitein/eigenaar van het nieuwe kofschip "Vriendschap".
In 1842 - 1854 is hij kapitein op de "Jonge Roelof".
Van 1850 - 1857 is hij kapitein/eigenaar van het kofschip "Alida Henderika". Diverse bronnen geven een overlap in jaren
Huges, Pieter Jans
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Pieter Jans was kapitein/eigemnaar van de Dankbaarheid van 1829 tot 1837.
Schuth, Hendrik Klaassens
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
In 1841 was Hendrik kapitien op de schoenerkof Jacomina.
Siegers (Luning), Helmer
* 00 - 00 - ?
† ?
Helmer Siegers (Sijgers) gebruikte ook de achternaam Luning. Hij wordt genoemd in een artikel in relatie met de scheepsbouwer Jonker te Sappemeer.CBG, Den Haag)
Ook zijn er 'Retensien van Helmer Siegers Luning' in de archieven van Hora Siccama. De naam 'Luning' of 'Luining' is in onbruik geraakt en slechts als patroniem vermeld.
Hazenberg, Bauke Piers
* 29 - 08 - 1807 te Grootegast
† 1877 te Grootegast
Bauke Piers Hazenberg was eerst bij het onderwijs in Delfzijl. Dat beviel hem niet en daardoor kwam hij op de boerderij van zijn vader te wonen. Behalve boer was hij daar ook commissionair in granen en handelaar in geslachte varkens op Groningen. Dit leverde nogal wat op. Middenin Grootegast liet hij een groot herenhuis bouwen. Van de winst kon hij wekelijks de kosten betalen, zodat toen het huis klaar was het tegelijk met de winst was betaald. De boerderij achter de Hervormde kerk in Grootegast was ook zijn eigendom. Met de kerkvoogdij kreeg hij eens een twist over de vast beklemming, welke door een bepaalde som gelds werd afgekocht. Vanaf 1864 was hij jarenlang raadslid. Tijdens de periode dat Ds. Beerekamp predikant was ging hij over naar de afgescheiden kerk. Zijn kinderen Jan en Freerkje werden toen op 14 en 12 jarige leeftijd gedoopt. Tussen de Hervormden en de Gereformeerden bestond in Grootegast een zeer slechte verhouding. De grafzerken van verschillende familieleden, die naar de afgescheidenen overgingen, werden in de gracht van het kerkhof geworpen, zodat in Lutjegast en Grootegast een gereformeerd kerkhof moest worden aangelegd. Van Bauke Piers Hazenberg wordt nog verteld dat hij met de sjees naar Groningen ging om zaken te doen en dan uitspande bij de "Slingerij" aan de A-weg. Dit reizen was niet gemakkelijk. Geen verharde weg en kans op overvallen. Er werd in die tijd dat er steeds betaald werd met "klinkende munt". Dit geld werd in een grote zak gedaan en opgeborgen in een bak onder de zitbank. Voor de veiligheid reed dan iemand mee tot halverwege Grootegast. Men achtte dat het gevaarlijkste deel. Van een overval is echter niets bekend geworden.
Hoekstra, Marten Pieters
* 28 - 02 - 1856 te Eestrum
† 1898 te Stroobos
Marten Pieter en zijn vrouw Degina behoorden tot de Nederlands Hervormde kerk. In 1886 gingen zij mee met de Doleantie (Abrahan Kuyper) en werden lid van de Christelijk Gereformeerde Kerk. Wat later werden zij lid van de Gereformeerde kerk (een samenvloeiing van de afscheiding[1834] en de Doleantie).
Marten was gewoon op Dinsdag om drie uur 's morgens naar Groningen af te reizen per boot (waarschijnlijk per trekschuit) van van de Poel. Op vrijdag ging hij per boot naar Leeuwarden. Van de Poel klopte met zijn sleutel op het raam om te laten weten dat de boot klaar lag. Marten was een serieus Christen. Hij werd gerespecteerd omdat hij een eerlijk koopman was. Hij trok vaak met ene meneer Kamminga langs boerderijen om varkens te kopen. Hij zag dan gewoonlijk kans Kamminga uit de kroeg te houden. Op Zaterdag trok hij met een grote witte mand naar Doezum en omgeving. De mand was verdeeld in twee compartimenten. In het bovenste deel bevond zich textiel en in het onderste koffie en cichorei (koffiesurrogaat van gebrande wortels). 's Avonds kwam hij dan terug met de mand vol eieren voor de winkel. Marten handelde ook in boter. Dit werd in vaatjes aan Groningse banketbakkers verkocht. Later verhuisden de ouders van Marten naar Groningen, waar ze een boterpakhuis hadden. Marten kon daar ook zijn boter opslaan.
Wondaal, Degina
* 10 - 02 - 1853 te Kollum
† 1917 te Groningen
Als weduwe dreef Degina een kruidenierswinkel om haar familie te onderhouden. Ze werkte hard, geholpen door haar kinderen. Soms werden ze uitermate vroeg gewekt door een passerende schipper voor een kleinigheid. Een voorbeeld: een schipper kloppte om 04.00 aan voor een halve cent mosterd. De winkel bleef open tot 22.30/23.00 uur. Doel van het harde werk was om de kinderen een goede opleiding te kunnen geven. Dat was ook de wens van haar man, die op 42-jarige leeftijd overleed. Op zijn ziekbed drong hij er bij Degina op aan om de oudste zoon Pieter te helpen de opleiding tot onderwijzer te volgen.
Na de dood van Marten probeerde Pieter de handel in boter gaande te houden, maar het was te moeilijk om dit met de studie te combineren. Klaske werd hoedemaakster en daardoor werd een deel van het inkomen bepaald. Later (25-04-1906) verhuisde het gezin naar Groningen. Toen Degina ziek werd verzorgde haar dochter Henderika haar. Zij werd bij haar man begraven.
Popta, Yftinus Takes van
* 13 - 07 - 1861 te IJlst
† 1933 te IJlst
Yftinus had twee benen met verschillende lengte, wat hem mank maakte. Hij was een goedig en onzeker man. Het gebeurde wel eens, dat hij een paard wilde kopen en eerst Hette van school liet komen teneinde advies te vragen. Yftinus was eerst boer nabij Goënga. Later had hij een bedrijf bij Idsega. Na zijn pensionering hield hij een kippenboerderij bij Sneek.
Jellema, Corneliske Hettes
* 15 - 09 - 1862 te Gauw
† 1941 te Sneek
Men zegt dat de Jellema's afstammen van de Franse hugenoten. Dit vanwege hun on-Friese donkere haar en bruine ogen. Zie verder Rinske Poulos
Corneliske voegde zich vanaf den beginne bij de Doleantie. Zij trok door de weilanden naar een boerderij, waar een kerkdienst werd gehouden, terwijl Yftinus met paard, wagen en kinderen naar de Nederlands Hervormde kerk trok. Later voegde het hele gezin zich bij de dolerenden. Corneliske verdiepte zich erg in dit soort zaken.
Corneliske heeft later haar nageslacht de raad meegegeven om nooit uit medelijden met iemand te trouwen. Zij gaf daarbij iets aan over haar eigen situatie. Met name haar jongste zoon werd enorm verwend. Als hij alleen witte rijst wilde eten, kreeg hij dagen lang witte rijst. Als hij harde broodjes wilde, hing ze aan de waslijn puntbroodjes te drogen, totdat ze hard waren.
Potjer, Jan (Zacharias)
* 05 - 03 - 1822 te Sappemeer
† 1879 te Winschoten
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
In 1839 was Jan matroos op de smak "De Herstelling".
Jan Zacharias voer als schipper op de smak "Herstelling"(1844-1847). Het schip was eigendom van zijn vader.
Later was hij kapitein/eigenaar op het kofschip "Dankbaarheid" (1848-1864).
In 1865 is dit schip gestrand en tot wrak verklaard.
Ook wordt Jan vermeld als kapitein/eigenaar op de schoener "Menno", van 1865-1878.
Jan voer onder vlagnr. 45 van het zeemanscollege 'De Vooruitgang' te Sappemeer.

Blijkens het signalement van de Nationale Militie had hij een ovaal gezicht en voorhoofd, blauwe ogen, neus en mond ordinair, ronde kin, bruin haar.

Transcriptie van een brief van neef Jan Helmers aan Jan Potjer
         Amsterdam, den 4 April 1863
  Capt J.Z. Potjer
  Te Rotterdam
Geachte Neef en Nicht
Volgens afspraak geef ik U berigt van mijn toestand van zaaken.Wat mijn zoon Helmer aangaat daar kan ik U niets gunstigers van schrijfen dat hij juist veel erger is geworden als toen u hier was kan niet zeggen maar vooral ook niet beter hij heeft nog alle daagen zwaaren binnen koortsen en des ’s morgens een verbaazenden hoofdpijn. Hoe ik hier onder verkeer God alleen weet het. Mijn levensbeker is thans met alsem gevuld. Mocht het God behaagen om die beker met gelaatenheid te doen drinken, maar daartoe is kragt noodig want ik ben geduurig tegen God in opstand en de Heere beschikt ons toch niets of zulks is rechtvaardig. Mocht ik en een ieder die met mij in zulk een weg van druk is Gods regt leeren billijken. De Heere geeft geen rekenschap van Zijn doen en laten, en wij allen zijn van wegen onze zonden Dood en verdoemenis waardig, mocht het de Alwijzen God maar believen om met een Oog van Ontferming op ons allen neder te Zien en vooral ook op mijn geliefden Zoon die mij Zoo na aan het harten legt en ik bijkans niet kan missen. Maar naar de mensen gesprooken kan hij niet lang meer hier zijn mogt zijn leven nog maar Christus worden en Zijn Sterfen Zijn gewin zijn.
Wij Zijn bijna gereed om te vertrekken Evenwel zijn wij nog niet geheel be-laaden maar ik wil niet langer wachten dus denk voort naa den feestdaagen te vertrekken. Moge de Heere uw doen en laaten zegenen, Ue kinderen gezondheid geven benevens Ue gezaamenlijk dit wensch Ue diep treurigen Neef
    Jan Helmers
Duinen, Geert Nannes van
* ± 00 - 00 - 1795 te Wildervank
† 1868 te Sappemeer
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL.
Geert was van 1850 - 1856 kapitein/eigenaar van de schoenerkof Elisabeth.
Potjer, Jan Harms
* ± 00 - 00 - 1802 te Sappemeer
† 1875 te Sappemeer
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL"
In 1821 wordt Jan vermeld als matroos op de monsterrol van "Vrouw Annechina". Zijn vader was kaiptein.
Jan Harms Potjer was kapitein op het kofschip "Juffer Fresina" van 1828 tot 1843. Het schip was eigendom van rederij E. Meijhuizen te Hoogezand.
Van 1843 - 1856 was hij kaptein/eigenaar op de schoenerkof "Catharina Jantina".
In 1956 is hij gestrand bij Norgen. Hij was onderweg van St. Petersburg naar de Noordzee, met een lading haver.
Van 1857 tot 1866 is hij kapitein/eigenaar van de 2-mast schoener "Sicco" .
In 1867 koopt hij de driemast schoener Titia. Hij vaart dit schip niet meer zelf. Dat doet zijn zoon Harm.
Jan had vlag nr. 22 van het zeemanscollege 'De Vooruitgang' te Sappemeer.
Schuth, Reinder
* ± 00 - 00 - 1821 te Sappemeer
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Reinder voer in 1842 als stuurman op de Jacobina Barbera.
Van 1846 - 1855 was hij kapitein op de Geziena.
Van 1856 - 1882 was hij kapitein op de Zwerver.
Klein, Roelf
* ± 00 - 00 - 1840 te Sappemeer
† 1911 te Baarn
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Al op 16-jarige leeftijd is Roelf aangemonsterd als lichtmatroos op het kofschip "Dankbaarheid", onder zijn oudere zwager kapitein Jan Zacharias Potjer.
Van is hij kapitein op de Tammo Sytse.
Bontekoe, Hindrik Wichers
* ± 00 - 00 - 1800 te Sappemeer
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL"
In 1815, 1821, 1823, 1824 wordt Hindrik vermeld als stuurman op de kof Goede Hoop.
Van 1828 tot 1841 was hij kapitein/eigenaar van de kof Jonge Wicher
Van 1842 tot 1848 was hij kapitein/eigenaar van de kof Jacobina.
Van 1849-1859 was hij gezagvoerder en (gedeeltelijk) eigenaar op de schoenerkofJacobina.
Hindrik was eigenaar van de schoenerbrik Maria.
Hindrik Wichers voer onder vlagnummer 2 van het zeemanscollege "De Vooruitgang te Sappemeer, en onder vlagnummer 300 (195) (56) van het college "Zeemanshoop"te Amsterdam.
Potjer, Helmer
* ± 00 - 00 - 1814 te Sappemeer
† < 1877
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1836 tot 1838 was Helmer kapitein op het schip van zijn vader, de smak Herstelling.
Helmer (Harms) was kapitein/eigenaar op het kofschip Elsje van 1839 tot 1853.
Van 1854 tot 1859 was hij kapitein/eigenaar van de Jacomina
Van 1869-1872 is hij kapitein op de Johanna
In 1875 en 1876 is hij kapitein op de Vertrouwen
Jan vaart onder vlagnr 30 van het zeemanscollege 'De Vooruitgang' te Sappemeer, en nr R219 van het college te Rotterdam (1846-1859).
Bekkering, Eilt Hindriks
* 21 - 01 - 1805 te Wildervank
† 1890 te Wildervank
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Eilt is van 1829 - 1835 kapitein/eigenaar van het kofschip Stiena.
In 1832 doet hij een reis hij op de Hoop op Eendragt
Van 1835 - 1844 is hij kapitiein/eigenaar van de Vrouw Stijna.
Van 1845 - 1857 is hij kapitein-eigenaar van de kof Christina.
Van 1857 - 1861 is hij kapitein/eigenaar van de gelijknamige brik Christina.
Van 1864 - 1871 is hij kapitein-eigenaar van de galjoot Pieter. Tot 1879 blijft hij eigenaar van het schip.
In 1871 vaart hij als gezagvoerder op de schoener Christina. Hier maakt hij een schipbreuk mee.
Hazewinkel, Jan Abrahams
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Jan was van 1842 - 1844 kapitein/eigenaar van het kofschip Antje.
Van 1848 - 1850 is hij kapitein/eigenaar van het kofschip Anja.
In 1862 wordt hij genoemd als kapitein op de schoenerkof Najade.
Helmers, Jan
* 00 - 00 - 1810 te Lemmer
† 1864 te Harlingen
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1840 tot 1855 was Jan kapitien op het kofschip Hendrika Elisabeth.In 1853 is het schip omgedoopt in Hendrika Roelina
Dit schip was van 1853 tot 1855 eigendom van H.Helmers te Lemmer (familie??)
Van 1856 - 1866 is hij kapitein op de brik Hendrika Roelina.

Transcritpie van een brief van Jan aan zijn neef Jan Potjer
         Amsterdam, den 4 April 1863
  Capt J.Z. Potjer
  Te Rotterdam
Geachte Neef en Nicht
Volgens afspraak geef ik U berigt van mijn toestand van zaaken.Wat mijn zoon Helmer aangaat daar kan ik U niets gunstigers van schrijfen dat hij juist veel erger is geworden als toen u hier was kan niet zeggen maar vooral ook niet beter hij heeft nog alle daagen zwaaren binnen koortsen en des ’s morgens een verbaazenden hoofdpijn. Hoe ik hier onder verkeer God alleen weet het. Mijn levensbeker is thans met alsem gevuld. Mocht het God behaagen om die beker met gelaatenheid te doen drinken, maar daartoe is kragt noodig want ik ben geduurig tegen God in opstand en de Heere beschikt ons toch niets of zulks is rechtvaardig. Mocht ik en een ieder die met mij in zulk een weg van druk is Gods regt leeren billijken. De Heere geeft geen rekenschap van Zijn doen en laten, en wij allen zijn van wegen onze zonden Dood en verdoemenis waardig, mocht het de Alwijzen God maar believen om met een Oog van Ontferming op ons allen neder te Zien en vooral ook op mijn geliefden Zoon die mij Zoo na aan het harten legt en ik bijkans niet kan missen. Maar naar de mensen gesprooken kan hij niet lang meer hier zijn mogt zijn leven nog maar Christus worden en Zijn Sterfen Zijn gewin zijn.
Wij Zijn bijna gereed om te vertrekken Evenwel zijn wij nog niet geheel be-laaden maar ik wil niet langer wachten dus denk voort naa den feestdaagen te vertrekken. Moge de Heere uw doen en laaten zegenen, Ue kinderen gezondheid geven benevens Ue gezaamenlijk dit wensch Ue diep treurigen Neef
    Jan Helmers
Helmers, Roelof
* 00 - 00 - 1813 te Harfleur
† 1896 te Harlingen
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1840 - 1845 is Roelof kapitein op de kof Stad en Lande
Van 1854 - 1857 is Roelof kapitein op de kof Stad Steenwijk
In 1860 - 1862 is Roelof kapitein-eigenaar van de schoenerkof Argo.
Helmers, Zacharias
* 01 - 11 - 1814 te Lemsterland
† 1868 te Dantzig
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1842 - 1854 was Zacharias kapitien van de smak Vier Gezusters
Van 1856 tot 1864 was Zacharias kapitein van het kofschip Dolphijn. In 1864 is het schip verongelukt op het Vlie.
Van 1966 tot 1868 is hij kapitein op het kofschip Johanna Elisabeth.>br>
Tot diepe droefheid van mij en mijne Kinderen ontvingen wij heden het treurig berigt, dat mijn geliefde echtgenoot en der Kinderen zorgdragende Vader ZACHARIAS HELMERS den 22 Junij te #401# is overleden, in den ouderdom van ruim 53 jaren.Harlingen, L. REIDEMAKER, 25 Junij 1868. Wed. Z.. Helmers.
Leeuwarder courant, 30-06-1868
Hazenberg, Jan
* 14 - 07 - 1847 te Grootegast
† 1926 te Eibersburen (Gr)
Jan Hazenberg woonde op een boerderij bij de klapbrug te Grootegast, later eigendom van Freerktje Hazenberg, gehuwd met Duurt Sikkema. Tevens was hij bezitter van "Oosterfroma" en "Westerfroma" te Eibersburen (tussen Lutjegast en Visvliet). Als grootgrondbezitter was Jan Hazenberg eigenaar van vele landerijen in de gemeenten Grootegast, Grijpskerk en Achtkarspelen. Veel grond werd door hem ontgonnen te Peebosch. Als veefokker maakte hij eveneens naam. Verder bemoeide hij zich nogal intensief met het waterschap- en polderbeheer. In de gemeente Grootegast was Hazenberg de voorman van de Anti Revolutionaire partij. Op 1 september 1891 werd hij als raadslid ge?nstalleerd en op 30 augustus 1915 woonde hij voor het laatst de raadszitting bij, na als wethouder en loco-burgemeester de gemeente gediend te hebben. De Commissaris der Koningin wilde hem in Grootegast tot burgemeester benoemen, wat hij echter meende te moeten weigeren. Jan Hazenberg heeft in Grootegast vooral naam gemaakt als loco-burgemeester toen hij 's avonds om 8 uur de kroegen ging sluiten. Hij kreeg toen de bijnaam: "Jan Achtuur". Verder was Hazenberg ouderling in de gereformeerde kerk, was hij bestuurslid van de christelijke school en lid van talrijke organisaties.
Potjer, IJke
* 00 - 00 - 1820 te Sappemeer
† 1891 te Sappemeer
IJke heeft samen met haar zus Renske een grutterswinkel aan het hoofddiep in Sappemeer.
Potjer, Renske
* ± 00 - 00 - 1816 te Sappemeer
† 1878 te Sappemeer
Renske heeft samen met haar zus IJke een grutterswinkel aan het hoofddiep in Sappemeer.
Schut, Keimpe Zacharias
* 00 - 00 - 1795 te Sappemeer
† 1872 te Sappemeer
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Keimpe was in 1829 en 1830 kapitein op de smak de Hoop.
Van 1830-1839 was hij gezagvoerder op de Jacobina Barbera.
Van 1841 -1855 en daarna op een andere Jacobina Barbera.
In 1856 is hij kapitein op de Eppo Hendrik
In 1860 is hij kapitein op de Geziena Geertruida.

In 1850 geeft hij vanuit Hamburg in een notariële verklaring toestemming voor het huwelijk van zijn dochter Sietje. Een eerder door hem afgegeven verklaring werd als volstrekt onvoldoende gekwalificeerd.
Hoekstra, Pieter (Marten)
* 19 - 04 - 1884 te Achtkarspelen
† 1958 te Haren
Pieter Hoekstra is hoogstwaarschijnlijk 6 weken na zijn geboorte gedoopt in de oude Nederlands Hervormde kerk van Augustinusga. Zijn ouders moesten hem daar met de boot vanuit Rohel heen brengen. Toen hij 5 of 6 jaar oud was verhuisde het gezin naar Stroobos. Een dag na zijn 14e verjaardag overleed zijn vader. Deze had zijn moeder verzocht om, als het even mogelijk was, Pieter de mogelijkheid te geven om te studeren en onderwijzer te worden. Aanvankelijk was dat moeilijk, omdat Pieter moest assisteren bij het verdienen van de dagelijkse kost. Hij had zijn vader al geholpen bij de handel in varkens. De dieren konden ruiken dat ze van verschillende boerderijen kwamen, hetgeen tot vechtpartijen zou leiden. Daarom begoot Pieter ze met petroleum, zodat de geur van de beesten identiek werd.
Na een werkdag (03.00 uur opstaan, net als zijn vader) ging hij 's avonds naar het hoofd van de plaatselijke lagere school. Deze leidde hem op tot onderwijzer. Na een jaar besloot zijn moeder de boterhandel op te geven. Zijn zus Klaske leerde hoeden maken en de verkoop hiervan voorzag in het financi?le gat dat het staken van de boterhandel veroorzaakte. Op 19-jarige leeftijd werd Pieter onderwijzer. Hij begon zijn carri?re in Oenkerk, waar hij een jaar werkte. Hij besloot dat het beter was het ouderlijke huis te verlaten en werd onderwijzer in Surhuizum. Spoedig daarna werd hij opgeroepen voor militaire dienst te Leeuwarden. Daar kon hij studeren voor zijn hoofdakte. Na de diensttijd werkte hij enige jaren in Oudega (bij Sneek). Daar leerde hij Baukje van Popta (van Idsega) kennen. Hij zag haar in de kerk. De mannen en vrouwen zaten nog gescheiden. Pieter zat boven op de galerij. Op zaterdag trouwden ze voor de wet en op zondag reed hij zijn bruid in een sjees naar de kerk, waar ds. Weener hun huwelijk bevestigde. Ze verhuisden naar Krabbendam, waar Pieter hoofd der Christelijke school werd tot ze naar Indonesië trokken (4 april 1914, vlak voo het uitbrekenb van WO-I). Hij werkte 2 jaar in Surabaya, daarna 15 jaar in Bandung. In de laatste plaats functioneerde hij als hoofd van de Holland Chinese zendingsschool. Hij was doorlopend scriba van de Gereformeerde kerk van Bandung.
Op 27 mei 1932 vertrok Pieter weer naar Holland.
De eerste vijf kinderen werden geboren in Krabbendam. Hette Anne (1) werd geboren in Surabaya en Hette Anne (2) in Bandung. Pieter schreef talrijke gedichten. Deze zijn nooit gepubliceerd. Hij schreef veel stukjes voor kranten onder het pseudoniem Danamiharjah.
Toen hij met pensioen ging verhuisde Pieter naar Groningen. Daar konden de meeste kinderen hun opleiding afmaken. Zij woonden in de Mesdagstraat 13a. Pieter wandelde veel (dagelijks enkele uren) en was nog even actief als hoofd in Veendam. Dit werd hem echter teveel. Na enkele jaren verhuisden ze naar Haren (Westersedrift 34, later veranderd in 30). Aanvankelijk genoot hij van de immens grote achtertuin, die gedeeltelijk boomgaard en gedeeltelijk groentetuin werd. Toen hij lichamelijk slechter was nam Hette de zorg voor de tuin over. Gedurende de wereldoorlog voorzag de tuin in voedsel voor henzelf, en diende een gedeelte van de opbrengst voor het ruilen van zaken, zodat ze geen honger behoefden te lijden.
Pieter hield van katten. Ze zochten regelmatig zijn schoot op. In het begin van de oorlog adopteerde hij een zwerfkat, die waarschijnlijk ooit een ongeluk had gehad, want ze had een slappe ruggegraat. Pieter doopte haar daarom 'De Geer' naar de minister-president. Na het overlijden van zijn vrouw kwam er een huishoudster (juffrouw Hulshof).
Toen hij 43 jaar oud was, openbaarde zich een aan een (zeer waarschijnlijk erfelijke) progressieve aandoening van de kleine hersenen (cerebellaire ataxie), leidend tot toenemend verlies van controle over spierbewegingen. Het ziekteproces begint met evenwichtstoornissen en eindigt na zo’n 20 jaar met algehele invaliditeit.. De ziekte verergerde langzamerhand tot hij volledig invalide werd en op 73-jarige leeftijd aan longontsteking overleed. Drie kinderen (Corrie, Yftinus en Arnold) overleden op dezelfde wijze aan dezelfde ziekte.
Pieter schreef gedichten, en een feuilleton voor het tijdschrift "De Spiegel".
Gij, steengevaarten met enorm gewicht,
Op een gestapeld, hier in hei en gras,
Zeg mij toch, wie de volksstam was,
Die u in deze oorden heeft gesticht.

Zeg mij, is 't werkelijk waarheid of verdicht,
Hetgeen ik van u hoorde vaak of las,
Dat onder u gevaarte d'asch
Van Kelt of Batavier begraven ligt?

Gij monument van ruwe steen,
Mits alle sierlijkheid en praal;

Daar was in uw tijd nog geen,
Die wist, dat steen wijkt voor metaal.

Uw tijd wijst ons naar eeuwen heen,
Dat 't menschdom harder was dan staal.

P.M. Hoekstra
Popta, Baukje van
* 02 - 07 - 1884 te Goënga
† 1953 te Groningen
Baukje was de oudste van een groot boerengezin. Omdat ze het enige meisje in het gezin was behoefde ze niet veel te helpen. Omdat de school haar ook niet beviel, mocht ze al ras thuis blijven. Haar opvoeding kende enige goedbedoelde missers. Zo vonden haar ouders dat een meisje niet mocht fietsen. Ze leerde dit dan ook niet, hetgeen later in haar leven een handicap bleek te zijn. Op foto's lijkt ze een mooi meisje met grote bruine ogen.
Haar ouders vonden de opbloeiende liefde tussen 'de schoolmeester' ("Die kale onderwijzer") en Baukje maar niets. Er waren in de wereld boeren en andere mensen. Die schoolmeester wilde haar ongetwijfeld vanwege het geld (wat ver bezijden de waarheid was). Op een later tijdstip bleek hoe de werkelijkheid afweek van die gedachten. Zijn schoonvader stond borg voor zijn zwager Hette, die het door mismanagement zwaar in de problemen kwam en de boerderij moest verkopen. Pieter moest zijn schoonvader bijspringen (oom Anne kwam dit vragen).
Baukje was iemand met een sterk geloof. Ze deed belijdenis op haar 12e jaar. Ze las veel bijbelverhalen aan haar kinderen voor. Vaak stroomden de tranen over haar gezicht, als ze een goede preek hoorde over de radio of in de kerk. Dit was met name zo bij ds. Bavinck (de latere hoogleraar) in Bandung. Ze hield van het zingen van psalmen en gezangen.
Ze kon erg neerslachtig zijn, in het bijzonder als ze vooruitblikte op toekomstige moeilijkheden. In haar zwaarmoedige buien kon ze onredelijk zijn.
Baukje had een traditionele opvatting t.a.v. het vrouw-zijn: de man was de heerser in het gezin. Ze was slecht in haar huishoudelijke taken. Dit had alles te maken met haar opvoeding. En in Indonesi? waren er de bedienden. Later in Nederland moest Ina thuis blijven om voor haar broer te zorgen, onverschillig wat haar eigen plannen waren. En de broer (Hette) mocht rustig zijn gang gaan.
Baukje was trots op haar kleinkinderen, die in haar ogen absoluut aardiger en slimmer waren dan andere kinderen. Ze vond, dat haar kinderen in dezelfde of een hogere sociale klasse moesten trouwen, dit ondanks het feit, dat zij zelf met deze boerentraditie had gebroken. Naarmate ze ouder werd werd het klassenbewustzijn minder. Baukje stierf aan kanker in het ziekenhuis in Groningen.
Hoekstra, Arnoldus
* 23 - 05 - 1890 te Stroobos
† 1944 te Groningen
Op oudejaarsdag 1943 werd A.J. Elzinga (hoofd van de Bijzondere Recherche) door Reint Dijkema op de Eendrachtsbrug in Groningen neergeschoten. Als represaille werden zeven merendeels prominente Groningers door de SD van hun bed gelicht. Arnoldus was één van hen. Zes werden ter plekke buiten neergeschoten. Maar Arnoldus stierf aan een hartaanval, om 01.00 uur.
Wal, Nanneko Johannes van der
* 15 - 11 - 1891 te Groningen
† 1961
Nicolaas was een zeer autoritair man. Bij het eten lag er behalve bestek altijd een lat naast zijn bord. Daarmee werden forse tikken uitgedeeld. Ina Hoekstra, die hier een thuisadres behoorde te vinden toen ze op de kostschool in Zetten verbleef, kon in deze sfeer niet aarden. Ze ging liever met vriendinnen mee logeren in de weekeinden en vakanties.
Potjer, Menno Roelf
* 26 - 10 - 1862 te Sappemeer
† 1929 te Groningen
Menno Roelf was beurtschipper op de trekschuit No. 4(1893-1900, een ijzeren schip, gebouwd in 1893 te Hoogezand.
Later voer hij op de trekschuit (1900-1909) van 21 ton; en de Ceres, een ijzeren schip, gebouwd in 1910 te Hoogezand.
.
Heukelem, Stientje van
* 23 - 04 - 1877 te Niehove
† 1950 te Winschoten
Als weduwe werkte Stientje hard om haar zoon Jan te laten studeren. Op een gegeven moment kregen dochter Titia en Pieter Scholtens een dochter, die Stina werd genoemd. Stientje zei toen kribbig: "Ik ken geen Stina." Toen zoon Jan zijn eerste zoon werd geboren, werd deze vernoemd naar zijn vader. De eerste woorden van Stientje waren: "Toch wel Roelf, en geen Roelof hoop ik."
Schuth, Hindrik
* ± 02 - 11 - 1846 te Sappemeer
† 1922 te Sappemeer
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Op 29-06-1865 krijgt Hindrik het diploma 2e stuurman Atlantische vaart.
Hindrik wordt genoemd als stuurman op de schoener "Zwerver" in 1873. Gage: fl.40,-- Zijn vader was kapitein.
Hij was kapitien op Voorwaarts van 1877 tot 1895.
Hilbrands, Marten
* ± 00 - 00 - 1851 te Hoogezand
† ± 1898 te Noordbroek
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
In 1875 wordt Marten op de monsterrol vermeld als stuurman van de schoener "Menno".
Jan Zacharias Potjer is dan kapitein.
In 1878 koopt hij het schip van zijn schoonvader en vaart hierop tot 1882.
In 1882 wordt het schip verkocht.
Bontekoe, Wicher
* ± 00 - 00 - 1827 te Sappemeer
† 1896 te Sappemeer
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1850-1857 was Wicher kapitein op de kof Jonge Lucas .
Van 1857-1859 was Wicher kapitein op de brik Adrian Georg .
Van 1860 tot 1866 wordt hij vermeld als kapitein van de kof Geertruida Jacoba. Van 1868 tot 1877 is hij kapitein op het schip van zijn vader, de schoenerbrik Maria.
Potjer, Harm
* ± 00 - 00 - 1833 te Sappemeer
† 1910 te Noordbroek
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Harm begint zijn zeecarrière op de schoenerkof Catharina Jantina, onder gezag van zijn vader. In 1848 wordt Harm vermeld als kokf (gage fl. 8,--). Je kon als kok aanmonsteren als je tenminste drie verschillende maaltijden kon koken. In 1850 staat hij als lichtmatroos op de rol (gage fl 15,--). In 1852 is hij stuurman (gage fl 30,--).
In 1857 is hij kapitein op de schoener Sicco.
Van 1867 tot 1888 is hij kapitein op de schoener Titia.
Harm voer onder vlag nr 26 van het zeemanscollege 'De Vooruitgang' te Sappemeer.
Woudsma, Geert Johannes
* ± 00 - 00 - 1828 te Burum
† 1889 te Neufahrwasser (D)
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
In 1865 was Geert kapitein op de Fenna.
Van 1867 - 1869 is hij kapitein op een andere Fenna
Van 1874 tot 1881 is hij kapitein op de Beethoven.
In 1883 wordt hij genoemd als kapitein op de brik Suzanna
Potjer, Harm
* ± 00 - 00 - 1843 te Sappemeer
† 1875
n 1868 wordt hij genoemd als stuurman op het galjoot "Hillechina" (gage fl. 34,--).
Kwint, Harm
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Harm Kwint is van 1868 - 1875kapitein op de Zuurdijk.
Van 1876 tot 1883 is hij kaiptein van een andere Zuurdijk. In 1875 strandt hij bij Marseille.
In 1885 vaart hij een jaar op de Zes Gebroeders.
Schuth, Willem
* ± 00 - 00 - 1851 te Sappemeer
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1879 tot 1887 is Willem kapitein op de Tasmania.
Hij is in 1888 en 1889 kapitein op de Adriatic.
Hazenberg, Bouke Pier
* 11 - 03 - 1881 te Grootegast
† 1969 te Apeldoorn
Van 1902 tot 1905 woonde Bouke Pier Hazenberg te Enumatil, waar hij een zetboer op zijn boerderij had. In 1905 vestigde hij zich in Groningen als mededirecteur van de door hem en zijn zwager Harmannus Hazenberg opgerichte kalkzandsteen- en cementpannen fabriek te Hoogkerk, waar tevens een handel in bouwmaterialen aan verbonden was. In de stad was hij lid van de kerkenraad der Gereformeerde kerk en lid commissie toezicht op de zondagscholen. In 1909 verhuisde B.P. Hazenberg naar Zuidhorn, waar hij lid van de gemeenteraad en wethouder werd. Tevens werd hij gekozen tot lid van de Prov.Staten in Groningen voor de Anti-Revolutionaire Partij. Hij was o.a. bestuurslid van de Kamer van Koophandel, oprichter en voorzitter van de Veehoudersbond, voorzitter Boerenleenbank, voorzitter van het schoolbestuur en van de kiesvereniging, voorzitter commissie van toezicht op de arbeidsbemiddeling, bestuurslid van de christelijke pers, lid van de kerkenraad der Gereformeerde kerk.
In 1922 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Giethoorn, welk ambt hij tot 1929 heeft uitgeoefend. Tijdens deze periode was Hazenberg lid van het hoofdbestuur van Waterschap Vollenhove, medeoprichter van de B.V.L. en de bond tegen de revolutie.
Na zeven jaar burgemeester van Giethoorn te zijn geweest volgde in 1929 de benoeming van B.P. Hazenberg tot burgemeester van IJsselmonde.
In 1941 werd de gemeente met medewerking van de Duitsers ingelijfd bij Rotterdam. Hij was dus de laatste burgemeester van IJsselmonde.
B.P. Hazenberg vestigde zich in 1941 te Bosch en Duin (Zeist). Sinds 1952 is hij woonachtig te Apeldoorn.
Hazenberg, Frederik Albertus
* 31 - 01 - 1900 te Eibersburen (Gr)
† 1990 te Zuidhorn
Sinds 1934 was hij ouderling van de Chr.Geref.kerk. Meermalen werd hij afgevaardigd naar de Generale Synode. Op politiek terrein was hij sinds 1933 lid van de gemeenteraad van Grootegast voor de Anti-Revolutionaire Partij en sedert 1949 wethouder. Verder was hij provinciaal bestuurslid van de C.B.T.B., bestuurslid van de Boerenleenbank, van het Diaconessenhuis in Groningen, van de gezondheidsdienst voor dieren, enz. Meer dan 25 jaren was hij bestuurslid van het waterschap "de Hilmahuisterpolder". Tevens was hij commissaris en voorzitter van de Co?p. Zuivelfabriek "Grijpskerk".
Oosterheerd, Jantje
* 28 - 02 - 1864 te 't Zandt
† ?
In 1866 is het gezin geëmigreerd naar Amerika.
Boiten, Jacob Jans
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Jacob was in 1830 kapitein/eigenaar van de tjalk Geziena
Van 1832 - 1842 was hij kapitein/eigenaar van de tjalk Jonge Barend.
Schut, Jan Keimpe
* 14 - 05 - 1824 te Amsterdam
† 1873
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Jan voer, onder commando van zijn vader, op de Jacobina Barbera(1842).
Van 1849 - 1857 is hij kapitein op Hoop
Van 1860 tot 1873 is hij kapitein op de schoenerkof Eppo Hendrik. Het schip wordt in 1873 vermist.
Jan voer onder vlagnr. 56 van het zeemaNSCOLLEGE "Voorzorg"te Sappemeer.
Schuth, Sietje
* ± 09 - 10 - 1831 te Sappemeer
† ?
Bij het huwelijk van Sietje (19 jaar oud) was toestemmingvan de vader vereist. Deze was echter op zee. In een bijlage verklaart een vertgenwoordiger van justitie dat het huwelijk dan niet voltrokken kan worden. Een notaris in Hamburg stelt dan een toestemmingsverklaring op (in het nederlands), die (na voorlezing) door Keimpe Zacharias Schuth wordt ondertekend. De akte wordt drie dagen voor het huwelijk ondertekend, in Hamburg.
Koenes, Koeno
* 00 - 00 - 1834 te Nieuwe Pekela
† 1887
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Koeno was in 1887 kapitein op de Heracles. Hij is aan boord overleden, op de Noordzee.
Eilts, Jan Christiaan
* 00 - 00 - ?
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Van 1850 - 1855 was Jan kapitein op de schoenerkof Udonia
Jan was van 1857 - 1863 kapitein-eigenaar van de kof Jantje Eikema.
Schut, Zacharias
* 15 - 10 - 1837 te Hoogezand
† ?
Maritieme gegevens: zie SCHEEPSINDEX.NL
Zacharias was van 1866 tot 1873 kapitein op de kof Martenshoek.
Hoekstra, Cornelia Ietje Bauwina
* 03 - 05 - 1909 te Krabbendam
† 1982 te Ede
Toen Corrie 6 weken in Indië was, verloofde ze zich al met Kees Spiering. De oorlog in Nederlands Oost-Indië was een zware tijd. Na de oorlog bleek haar man zwaar ziek. Na het overlijden van haar man stond ze alleen voor de opvoeding, hetgeen geen geringe opgave was.
Hoekstra, Yftinus Taco Egbert
* 08 - 10 - 1911 te Krabbendam
† 1965 te Rijswijk
Tinus heeft zijn verloving verbroken, omdat hij leed aan aan een (zeer waarschijnlijk erfelijke) progressieve aandoening van de kleine hersenen (cerebellaire ataxie), leidend tot toenemend verlies van controle over spierbewegingen. Het ziekteproces begint met evenwichtstoornissen en eindigt na zo’n 20 jaar met algehele invaliditeit. "Deze verschrikkelijke kwaal moet worden uitgeroeid."
Hij emigreerde al voor de oorlog (1936?) naar Zuid-Afrika. In Nederland was destijds een grote werkeloosheid, en in Zuid-Afrika kon hij veel gemakkelijker aan werk komen. Hij woonde eerst (kort) in Kaapstad en vervolgens in Johannesburg. In de 60er jaren kwam hij terug naar Nederland. Hij werd eerst verzorgd door zijn zus Ina en haar gezin. Later is hij opgenomen in een verzorgingstehuis in Rijswijk. De last werd te groot voor het gezin Potjer.
Hoekstra, Arnold Herman
* 25 - 11 - 1913 te Krabbendam
† 1970 te Haren
Arnold was onderwijzer. Hij kon prachtig zingen. Bij zijn eindexamen zingt hij "de Heilige stad", waarvoor hij een 10 kreeg. In de crisisjaren kon hij nauwelijks een baan krijgen Vier jaar werkte hij als onbezoldigd leerkracht (kwekeling met akte).
Toen hij trouwde, leed hij al aan een (toen nog onbekende) zeer waarschijnlijk erfelijke progressieve aandoening van de kleine hersenen (cerebellaire ataxie), leidend tot toenemend verlies van controle over spierbewegingen. Het ziekteproces begint met evenwichtstoornissen en eindigt na zo’n 20 jaar met algehele invaliditeit. Als verzekeringsagent kon hij een tijd lang nog werken.
In zijn jeugd stond hij bekend als zeer behulpzaam. Hij sprong bv. over de heg om de buurvrouw het mattenkloppen uit handen te nemen. Hij zocht regelmatig eenzamen en verdrietigen op, met een bloemetje.
Spiering, Cornelis Theodorus
* 10 - 09 - 1904 te Utrecht
† 1949 te Ede
Kees Spiering ging na zijn HBS-opleiding naar het toemalige Nederlands-Indië. Daar ontmoette hij Corrie Hoekstra in de Oranjekerk in Batavia, en trouwde later met haar. Kees was hoofd van de Algemene Rekenkamer en penningmeester van de kerken. Hij werd in de oorlog geïnterneerd in een Jappenkamp. Daar liep hij TBC op. Na repatriëring in 1946 overleed hij in 1949 aan deze ziekte.
Bouwman, Pieter Menno
* 29 - 06 - 1909 te Hornhuizen
† 1996 te Ulrum
Piet Bouwman pachtte de boerderij, bekend als Beukemoa's Plaotske. Deze boerderij, groot 17 hectare, was sind 1932 in bezit van notaris Age Hendrik Ages te Leens. In 1971 (bij de pensionering van Piet Bouwman) is de boerderij gesloopt en is het land overgegaan naar aangrenzende bedrijven.
Potjer, Sietse
* 23 - 08 - 1902 te Winschoten
† 1987 te Groningen
Sietse was iemand die goed met de handen en slecht met het hoofd kon werken. Hij kon geen psalmversje leren. Als hij het tweede paar regels kende, was hij het eerste weer kwijt. Tegenover zijn broer Jan hield hij zijn imago op door het steeds over de erfenis te hebben, die Jan te zijner tijd zou krijgen. Toen hij uiteindelijk in het verzorgingstehuis van Patrimonium kwam (wat een kostbare zaak was), zei Jan op een gegeven moment met enige spot: "Waar blijft mijn erfenis nou?"
Scholte, Arendina Maria Fraukina
* 13 - 08 - 1905 te Winschoten
† 1993 te Groningen
De ouders van Dine waren niet kerkelijk. Dine leerde door een vriendin de kerk kennen en wilde naar catechisatie. Zij moest daarvoor zes kilometer lopen en heeft nooit verzuimd. Dine was een trouw en lief persoon. Toen haar nicht Baukje Potjer in Groningen ziek was, en de familie fysiek op enige afstand, zocht Dine Baukje elke dag op.
Potjer, Jan
* 13 - 09 - 1867 te Sappemeer
† ?
In 1883 en 1884 staat Jan op de monsterrol van de schoener "Titia", als lichtmatroos. Zijn vader is daar kapitein.
Bouwman, Jan
* 10 - 01 - 1913 te Hornhuizen
† 1982 te Uithuizermeeden
Slik, Wolter
* ± 00 - 00 - 1881 te Winschoten
† ?
Onder de naam "Vrachtzoeker" gleed in 1908 in opdracht van Wolter de Hasselteraak "Dankbaarheid" van de helling. In 1919 werd het schip verkocht omdat Jantje niet van varen hield. Volgens Wiebe Toxopeus heeft dit te maken met het verlies van hun kind. Zie ook Hasselteraak Dankbaarheid.
Jellema, Cornelius Onno
* 09 - 09 - 1936 te Groningen
† 2003 te Leens
C.O. Jellema debuteerde als dichter in 1960 met een publikatie in De Gids. Als dichter kreeg C.O. Jellema de Herman Gorterprijs (1984), de Hendrik de Vriesprijs (1995) en de Roland Holst prijs (1997).
Hij sluit zich aan bij de Fuji Art Association, een groep realistische beeldend kunstenaars uit Groningen, waartoe onder meer Matthijs R?ling en Wout Muller behoren. Zie ook Wikipedia.

KERKJE VAN FRANSUM
Bestaat nog god, kleine sarcofaag
van het geloof, even leeg
als de dorische tempels van Paestum:
hun zuilen een schuilplaats voor andere vogels
dan goden - als ik naar hem vraag?

Kleine mummie van steen
zonder hart, tabernakel,
zonder plaats voor een wijkaars, bescherm je
met jouw lichaam ons landschap
als bodem voor hemel? ik vraag maar.

Stille klankkast voor buiten, voor grutto's
in juni, het loeiende melkvee bij 't hek -
zo gesloten, een avond, ik zit in het gras
tussen jouw zerken, zo ben je het mooist:
dicht, van het uitblijvend antwoord de schrijn.

C.O. Jellema

Voornaamste geschriften - Klein Gloria en andere gedichten. Amsterdam 1961.
- Tijdverblijf. Utrecht 1971.
- Een eng cocon. Baarn 1975.
- De schaar van het vergeten. Amsterdam 1981.
- De toren van Snelson. Amsterdam 1983.
- Door eenen spiegel. Amsterdam 1984.
- In de koude voorjaarsnacht. Amsterdam 1986.
- Het bodemloze. Wijhe 1987.
- Een slaande hoef. Amsterdam 1988.
- Opdrachten. Bedum 1988.
- Ongeroepen. Amsterdam 1991.
- Gedichten, oden, sonnetten. Amsterdam 1992.
- Aangaande H?lderlin. Hilversum 1995.
- Spolia. Amsterdam 1996.
- Drie haren van goud. Hilversum 1998.
- Droomtijd. Amsterdam 1999.
- Oefeningen bij een beek. Hilversum 2000.
- Hetzelfde anders: C.O. Jellema vertaald/t. Hilversum 2002.
- Stemtest. Amsterdam 2003.
- Bosvijver. Staphorst 2004.
Hazenberg, Jan
* 21 - 08 - 1903 te Enumatil
† 1989 te Utrecht
Naast de juridische volgde Mr.Dr.Hazenberg nog een militaire loopbaan. Voor 1940 was hij Vrijwillig Commandant van enige afdelingen van het Vrijwillig Landstormcorps Motordienst. Hij diende als reserve kapitein tijdens de mobilisatie en oorlogsdagen bij het 44 R.I., gelegerd in het stellinggebied Ochten en werd in de oorlogsdagen belast met het feitelijk commando over het IIIe bataljon. Hazenberg werd in juni 1941 door de Duitsers gearresteerd en overgebracht naar Schoorl en vandaaruit overgebracht naar de kampen Buchenwalde, Haaren en St .Michielsgestel, Hij behoorde tot de groep gijzelaars die tegen de kerstdagen 1942 werden vrijgelaten met meldingsplicht. In januari 1943 werd het illegale werk weer aangevangen en dook hij onder. In september 1944 volgde een nieuwe arrestatie, doch deze kon ongedaan worden gemaakt door dezelfde dag nog te ontvluchten, ondanks de kogels die werden nagezonden! Hij werd Chef Staf van de B.S. in district Wassenaar. Ongeveer een maand na de bevrijding is hij weer in militaire dienst gegaan en tot eind 1949 gediend te 's-Gravenhage. Daarna ging hij weer terug in de advocatuur.
Hazenberg, Aldert Johannes
* 16 - 11 - 1907 te Groningen
† 1980 te Leeuwarden
Na de oorlog, op l september 1945 vond de benoeming plaats tot Directeur van het Bureau oorlogsslachtoffers in Friesland (Departement van binnenlandse zaken). Later werd Hazenberg voorzitter van de Raad van Arbeid te Leeuwarden met als ambtsgebied de prov. Friesland. Aldert maakte op oktober 1955 als offici?le waarnemer de volkstemming in het Saargebied mee, met als standplaats Gersweiler. Hij had toen tijdelijk de status van diplomaat. Gedurende de oorlog heeft Mr. A.J. Hazenberg een belangrijke rol in het verzet vervuld en lange tijd doorgebracht in de Duitse concentratiekampen. Reeds ongeveer 14 dagen na de inval kreeg hij bezoek van de Gr?ne Polizei, met de waarschuwing dat hij als antinazi bekend stond. In augustus 1941 wilden de Duitsers tot arrestatie overgaan, doch hij was hen te vlug af. Intussen werkte hij mee aan de illegale pers, hielp joodse onderduikers, neergeschoten piloten en spioneerde. Met als gevolg, dat hij bij verstek ter dood werd veroordeeld. Hazenberg dook onder onder de schuilnaam Albert Jan Hoving en later Albert Jan van der Velden. Als zodanig werd hij ingeschreven in het bevolkingsregister te 's Hertogenbosch. Als lid van de Raad van Verzet organiseerde hij het verzet in het zuiden. Later maakte hij deel uit van een knokploeg in Friesland, Groningen en Gelderland en kraakte in deze functie verschillende distributiebureaus. In oktober 1943 volgde de arrestatie door de S.D. Eerst werd hij opgesloten in de gevangenis te Eindhoven en daarna overgebracht naar het concentratiekamp Vught. Van hieruit begon werd hij overgebracht naar Sachsenhausen, Neuengamme, Germersdorf, Heinkel, vliegveld Berlijn, Ingenhaven, Dahlem en Sandbostel. Hier volgde op 29 april 1945 de bevrijding door de Engelsen en overbrenging naar het hospitaal te Farg. Tijdelijk moest Hazenberg onder de Russen vertoeven en werd in begin juli door de Canadezen naar Groningen gebracht. Zie verder: "Opdat wij niet vergeten", blz.358 e.v. en in de "De ondergrondse pers" , nr. 196, blz. 121 e.v. publicatie van 's Rijksinstituut voor Oorlogs Documentatie.
Knot, Wessel Jan
* 16 - 03 - 1915 te Zuidlaren
† 1943 te Assen
Wessel Jan Knot zat in het verzet in de 2e wereldoorlog. Hij is gefusilleerd door de Duitsers (art 56.2BW; Polizeigericht 's-Gravenhage). Zijn naam staat op een plaquette op de hoek Exloërweg / Boshof te Odoorn.